De laatste tijd merk ik dat ik wat vaker achter elkaar in situaties terechtkom waarin ik mijn eigen grenzen, verantwoordelijkheden en projecties onder de loep moet nemen. Niet omdat het nieuwe thema’s zijn, maar omdat ze zich telkens in een andere vorm lijken aan te dienen.

Het bracht me opnieuw bij een vraagstuk waar ik al jaren mee worstel. Een vraagstuk waarin twee waarheden naast elkaar lijken te bestaan.

Aan de ene kant geloof ik dat alles wat mij raakt, iets vertelt over mijn innerlijke wereld. Over oude pijn, overtuigingen, angsten of onvervulde behoeften. Wanneer iemand iets zegt of doet en ik schiet emotioneel in de weerstand, dan is het altijd zinvol om te onderzoeken wat er precies in mij geraakt wordt.

Maar tegelijkertijd geloof ik ook dat niet alles wat een ander doet terug te voeren is op mijn eigen psyche. Sommige mensen gedragen zich simpelweg respectloos, manipulatief of grensoverschrijdend. Niet alles is een projectie. Niet alles is een spiegel. En precies daar ontstaat voor mij het spanningsveld.

Waar ligt de grens tussen innerlijke verantwoordelijkheid en het recht om een grens te stellen aan het gedrag van een ander?

Wanneer ben ik bezig met gezond zelfonderzoek, en wanneer ben ik mezelf aan het wijsmaken dat ik “eraan moet werken” terwijl iemand eigenlijk gewoon over mijn grenzen heen gaat?

Ik merk dat spirituele kringen soms sterk de nadruk leggen op het eerste. Alsof iedere emotionele reactie bewijs is dat er iets in jezelf geheeld moet worden. Alsof iedere irritatie een trigger is. Alsof iedere confrontatie een uitnodiging tot zelfonderzoek is.

Maar ik zie ook het gevaar daarvan.

Want wanneer alles wordt teruggebracht tot je eigen binnenwereld, kun je gemakkelijk gaan twijfelen aan je eigen waarneming. Dan wordt respectloos gedrag iets wat je moet “aankijken”. Dan wordt grensoverschrijding iets waar je nog niet “boven staat”. Dan wordt zelfonderzoek langzaam zelfontkenning.

Aan de andere kant ligt een andere valkuil. Alles buiten jezelf leggen. Iedere pijn verklaren vanuit het gedrag van anderen. Daar ontstaat het risico van slachtofferschap. Dan verdwijnt de vraag wat er in jezelf geraakt wordt en verlies je de mogelijkheid om werkelijk te groeien.

Steeds vaker kom ik daarom uit bij een onderscheid dat voor mij helpend is.

Innerlijk werk vraagt: Wat wordt er in mij geraakt?

Grenswerk vraagt: Wat accepteer ik niet, ongeacht wat het in mij raakt?

Die twee hoeven elkaar niet uit te sluiten. Ik kan onderzoeken waarom iets mij raakt én tegelijkertijd besluiten dat bepaald gedrag geen plek heeft in mijn leven. Ik kan verantwoordelijkheid nemen voor mijn reactie zonder verantwoordelijkheid te nemen voor het gedrag van de ander. Misschien zit spirituele volwassenheid juist daarin. Niet in het ontkennen van pijn, niet in het wegredeneren van slachtofferschap, maar in het vermogen om beide werkelijkheden tegelijk vast te houden. Helder voelen wat er in mij geraakt wordt. En tegelijk helder blijven over wat ik wel en niet toelaat.

Want uiteindelijk gaat het misschien niet om de vraag of iets van mij is of van de ander.

De echte vragen zijn:

Kan ik eerlijk kijken naar wat er in mij gebeurt, zonder mijn grenzen te verliezen?
En kan ik mijn grenzen bewaken, zonder mijn vermogen tot zelfonderzoek te verliezen?

Meld je aan of stel je vraag
voor Aikido